‘Erges rattele in frachtwein, teskuorde de stilte...’

Kollum Tsead Bruinja


 

(Juni 05, 2015) “Ik ben wel zo’n beetje ontbundeld,” zei dichter Eeltsje Hettinga tegen mij in een van de pauzes tijdens het   Oranjewoud Festival afgelopen zaterdagmiddag. Hij wilde daarmee niet zeggen dat hij uitgeschreven was maar dat hij juist benieuwd was naar nieuwe vormen. Trots had hij eerder in onze literaire tipi aan het publiek verteld over de expositie ‘Improvisaties op Wind, Water en Wad’ in museum Belvédère, een “associatieve” tentoonstelling met werk van meer dan zeventig kunstenaars uit Nederland en Duitsland. Hettinga las voor uit de catalogus waarin onder meer gedichten van hem, zijn broer Tsjêbbe Hettinga en Albertina Soepboer zijn opgenomen.

Hettinga was nog niet helemaal ontbundeld. Voor een korte film uit de reeks ‘It fûnis / it font’ die hij met videokunstenares Lotte Middendorp maakte, wilden hij en Middendorp de letters uit rietstengels laten bestaan. Het bijeen binden van de kwetsbare stengels bleek een tijdrovende klus die de dichter een nieuwe blik gaf op het brede assortiment lijm en plakband van ijzerwarenhandel Auke Rauwerda en het fysieke aspect van de taal. Wellicht kijkt Hettinga toch een beetje uit naar de eenvoudige wereld van zijn toetsenbord.

Anna Brouwer, met haar zestien jaar de benjamin van het literaire deel van het festival, kent de mogelijkheden van dat toetsenbord goed. Zij publiceerde op aanraden van een klasgenoot een verhaal op de online community Wattpad en vond een publiek van meer dan 400.000 lezers. In eerste instantie baarde het mij zorgen dat ze daar geen cent aan verdiende, maar toen ze vertelde dat ze voor school een eigen bedrijfje had opgericht dat online armbandjes verkocht en dat haar groepje het enige was dat winst had gemaakt, twijfelde ik niet langer aan haar glorieuze toekomst.

Hettinga en Brouwer zijn niet de enige schrijvers voor wie het boek iets anders is gaan betekenen. Op het blog van productiehuis de Wintertuin las ik dat ook voor succesvolle romanschrijvers het vinden van een nieuw publiek noodzakelijk is geworden. Door de teruglopende verkoop is de roman voor mensen als Niels ’t Hooft en Niña Weijers een visitekaartje geworden dat schrijfopdrachten en optredens moet generen. Van alleen de royalties kunnen zij niet leven.

Voor dichters die proberen hun eigen rok of broek op te houden, zoals ik, zijn optredens altijd al een belangrijke bron van inkomsten geweest, maar vooral ook een uitdaging. ’s Avonds tijdens het festival deelde ik het podium van een inktzwarte tipi met saxofoniste Femke IJlstra. Door de intensiteit en de discipline waarmee zij speelde, kwam voor mij de lat hoger te liggen. De gedichten die ik vijf jaar geleden schreef voor ons project ‘Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers’ moest ik voorlezen alsof ze op dat moment gebeurden, alsof ze niets met papier en alleen maar met oor en hart te maken hadden. Ik moest mij ontbundelen.